De serie ’Medische Missie’ van het Noordhollands Dagblad schetst persoonlijke portretten van specialisten in het Medisch Centrum Alkmaar (MCA). Wie zijn ze, wat heeft hen gevormd, wat houdt hen bezig, wat drijft hen, hoe staan ze in het leven. Over dilemma’s, maar ook beslissingen en (anonieme) patiënten die hen zijn bijgebleven. Vandaag Marije Sminia, oogarts. ,,Op nieuwjaarsnacht rond kwart over twaalf, half één gaat bij iedere oogarts of plastisch chirurg die dienst heeft de telefoon af. Zet dus buiten alsjeblieft in ieder geval een goede bril op met de jaarwisseling.’’

Haar medische roeping zat er al vroeg in. Marije Sminia wilde als kind dierendokter worden. ,,Mijn vader was hoogleraar immunologie in de VU. Geen dokter, wel bioloog. Op open dagen mocht ik ook meekijken op het lab. Daar zaten dan dames in paraffine gefixeerde en gekleurde muizen in plakjes te snijden en te bestuderen onder de microscoop. Fantastisch. Anatomie. Dat vond ik heel intrigerend. Daar zat ik graag bij.’’

Daarna ging het eigenlijk vanzelf de goede richting uit: liefde voor biologie en scheikunde op de middelbare school, aanmelden bij de VU voor geneeskunde en gelijk ingeloot. ,,Oogheelkunde als specialisatie was nog niet in beeld. Zoiets ontwikkelt zich tijdens je coschappen. Tijdens mijn coschap oogheelkunde zag ik dat je prachtig in een oog naar binnen kunt kijken. Daar viel ik voor, een klein chirurgisch vak.’’

Verblind
Marije-Sminia-KinderliedjesEen oogoperatie. De enige operatie waar je wel naar móet blijven kijken als je hem ondergaat. ,,Volwassenen opereren we heel vaak met druppelanesthesie, zonder prik. Maar doordat we met vrij fel licht opereren word je verblind. Je krijgt weinig van de operatie zelf mee. Je ziet wel dat ik begin, maar daarna zie je er niks meer van. Het andere oog is afgedekt onder een doek.

Ervaring leert dat 99 procent van de patiënten dat rustig ondergaat. Ongelooflijk hè? Kinderen doen we onder algehele narcose. Die werken niet zo makkelijk mee. Die moet je op hun gemak stellen. Ik zing dan ook vaak liedjes hier in de spreekkamer. Poesje Mauw of zo. Dan merk je dat ze rustig worden. Als je op tijd begint tenminste, want anders krijg ik een soort Titanicgevoel, alsof het schip al zinkt terwijl jij nog gaat zingen. Als je op tijd begint worden vooral baby’tjes daar heel rustig van. Ik ken veel oogartsen die zingen in de spreekkamer.’’

Is het niet makkelijker om het oog op je wang te leggen bij operaties? ,,Haha! Da’s een fabeltje. Ja, het kan wel maar dan doet-ie het niet meer, dan is het blind. Het oog blijft altijd in de oogkas.’’

,,Ontwikkelingen gaan snel. Toen ik in opleiding was heb ik nog meegemaakt dat we kunstlenzen dubbel moesten vouwen, een optiek is ongeveer zes millimeter, dat ging dan door een sneetje van 3,5 millimeter met het pincet erbij. Op een gegeven moment kregen we acrylaat lenzen die je kon oprollen.

Daardoor kunnen we die lensjes nu door een buisje in het oog brengen, waardoor de wondjes kleiner worden. En met de mogelijkheden worden ook de wensen steeds groter. Mensen willen soms ook van hun leesbril af na een operatie. Een aantal jaren geleden was 30 centimeter de gulden leesafstand, maar met de komst van tablets, e-readers en smartphones is die leesafstand niet meer de gouden standaard. Je kunt lettergrootte op je scherm aanpassen. Interessant dat de techniek daarin meegaat.’’

Stokken
,,Of ik vaak slecht nieuws moet brengen? Oogheelkunde is een vak waar het doorgaans niet om levensbedreigende aandoeningen gaat. Maar er zijn natuurlijk wel verdrietige gevallen als gevolg van ongelukken, waarbij mensen soms een oog verliezen. Kinderen die spelen met stokken, arbeidsongevallen en vuurwerk natuurlijk. Dat is voor zowel patiënt als dokter een hele emotionele gebeurtenis. Ik kan me een moment herinneren dat ik al twee uur zat te hechten aan een oog en dat ik tegen de assistent zei: je moet echt over een half uur zeggen dat ik moet stoppen. Primair gaat het dan nog om het redden van de oogbol waar het zicht al uit verdwenen is. Dat blijft ook voor de oogarts een heftige ervaring. Dus wil ik dit interview aangrijpen om iedereen op te roepen ook de komende jaarwisseling weer een beschermbril te dragen.’’

Marije-Sminia-in-de-operatiekamerHonderd ogen
,,Als je de cijfers ziet is het toch echt zo dat ieder jaar weer tussen de 10 en 20 mensen blind worden, meestal aan één oog. Per jaarwisseling lopen honderd ogen blijvend schade op door vuurwerk. Vijftig procent van de slachtoffers is kind of omstander. Geraakt door wegvliegende pijlen. Of kruit. Dat is voornamelijk chemisch, dus dan krijg je ook chemisch letsel. Daar word je dan misschien niet blind van maar je kunt er wel behoorlijk slechtziend van worden.’’

,,Ik denk eerlijk gezegd dat op 1 januari rond kwart over twaalf, half een bij elke oogarts of plastisch chirurg die dienst heeft zijn telefoon afgaat. En als je dan dienst hebt dan word je daar absoluut emotioneel van, gatverdarrie! Je kunt er gewoon de klok op gelijk zetten. En dan kan iedereen zeggen: het zijn er maar een paar, maar de consequenties zijn zó groot… Als je dan ook nog geen arbeidsongeschiktheidsverzekering hebt wordt het helemaal een drama.’’

Vuurwerkles
,,Waarschuwen blijft belangrijk. Vorig jaar heb ik vuurwerkles gegeven op de school van mijn kinderen. Bij groep 8. Was ik van tevoren best een beetje zenuwachtig voor, maar het was ontzettend leuk. Ze waren heel geïnteresseerd. Je moet het ook niet aan te jonge kinderen gaan vertellen, dit soort ellende. Op een speelse manier, dan zijn enge plaatjes niet nodig.’

 

2015-11-28_NHD-AC_Medische-Missie
Bron: Alkmaarse Courant 28 november 2015/ tekst: Gerard van Engelen / foto’s: JJFOTO / JAN JONG